De rechtszaak tegen Fred H. is definitief klaar. Het Openbaar Ministerie (OM) Limburg gaat niet in hoger beroep in de zaak. Ook Fred H. ziet hiervan af, aldus zijn advocaat Guy Koppen. De 52-jarige Sevenummer werd op 9 september veroordeeld tot anderhalf jaar celstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, voor het bezit en verspreiden van kinderporno.
Het OM had vier jaar cel geëist tegen de man uit Sevenum, waarvan een jaar voorwaardelijk, maar legt zich bij de uitspraak neer.
Fred H. hoefde door de uitspraak van de rechter niet meer terug de cel in omdat hij al zes maanden in voorarrest zat. Daarnaast oordeelde de rechter dat hij een taakstraf van 180 uur moet uitvoeren.
De Sevenummer stond terecht voor het verspreiden, verwerven en bezit van kinderporno over een langere periode. Hoewel de rechtbank alle zeer laakbare gedragingen en uitspraken veroordeelt op grond waarvan de stevige strafeis tot stand kwam, heeft zij in haar motivering ook duidelijk uitgelegd dat zij tegen bepaalde zaken anders aankijkt.
Zo gaat de rechtbank uit van een grotere mate van verminderde toerekeningsvatbaarheid dan het OM. De rechtbank volgt daarmee de psycholoog van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychologie en Psychiatrie.
Daarnaast acht de rechtbank een veel kortere pleegperiode bewezen, namelijk drie jaar in plaats van zeven jaar (zoals door het OM werd bepleit). Wanneer die factoren in ogenschouw worden genomen, past het vonnis bij straffen die in soortgelijke zaken aan verdachten worden opgelegd.
Na het vonnis bestudeerd en besproken te hebben, is afgezien van hoger beroep. Het instellen van hoger beroep zou de ingezette behandeling van de verdachte doorkruisen, iets wat door het OM als onwenselijk wordt gezien. In combinatie met de verwachting dat de behandeling in hoger beroep niet op korte termijn zal plaatsvinden, is besloten geen hoger beroep in te stellen
In een eerste reactie zegt advocaat Guy Koppen van Fred H. het eerst te willen bespreken met zijn cliënt, alvorens hij met een inhoudelijke reactie komt. Wel geeft hij aan dat al besloten was dat deze geen hoger beroep zou instellen.
Met het afzien van hoger beroep door beide partijen is de uitspraak definitief.”