In het midden van de 20e eeuw voorzagen landbouwdeskundigen dat, ook in het kinderrijke Peelgebied, bij gebrek aan voldoende cultuurgrond, niet alle boerenzonen in de naaste toekomst nog werk zouden kunnen vinden in de agrarische sector.Bedrijfssplitsing, emigratie of werken in de industrie zouden volgens diezelfde deskundigen, voor deze jongemannen een uitweg kunnen bieden.
IndustrievestigingDe gemeentebesturen van Venray en ook Helden maakten zich, indachtig deze visie, meteen na de oorlog sterk om in aanmerking te komen voor subsidieregelingen om industrievestiging in hun gemeenten te kunnen bevorderen. Niet zonder succes. Vooral Venray slaagde erin grote bedrijven aan te trekken, zoals in de jaren ’50 Inalfa en in de jaren ’60 Rank Xerox.
Agrarische sectorHet Horster gemeentebestuur vertrouwde op de veerkracht van de agrarische sector.Het voorzag mogelijkheden om in de Peel onder meer door nieuwe ontginningen en ook door ontbinding van langdurige pachtcontracten met Van de Griendt’s Landexploitatie, ruimte te creëren om nieuwe boerenbedrijven te stichten.
ChampignonteeltHet gemeentebestuur was bovendien de overtuiging toegedaan dat de tuinbouw in Horst grote potentie in zich borg. Het kwam daarin niet bedrogen uit. Vooral de glastuinbouw en de champignonteelt zouden zich in de gemeente vanaf de jaren ’50 in hoog tempo ontwikkelen.De gemeente spande zich, onder het motto ‘de toekomst is aan de tuinderij’ ook in om de bouw van kassen en ‘champignonkelders’ in Horst zelf en de kerkdorpen te bevorderen.Grote fabrieken gingen aan Horst voorbij. De gemeente ontbeerde daarvoor ook de benodigde ruimte. In het in 1947 opgestelde uitbreidingsplan was zelfs niet eens geanticipeerd op mogelijke industrievestiging. Dit plan werd in 1957 aangepast.
Waar en wanneerDe Letste Geulde, Noordsingel 75, HorstWoensdag 19 oktober om 20:00 uur.
U hoeft zich vooraf niet aan te melden.