© Omroep Horst aan de Maas
Echte duisternis kennen we niet meer in Horst aan de Maas. Wie tijdens de nacht naar de hemel staart in Horst aan de Maas zal op sommige plekken niet meer dan 200 sterren kunnen zien, terwijl dat er vroeger wel meer dan 6000 konden zijn. De oorzaak achter deze afname is lichtvervuiling.
Afgelopen week vond de Nacht van de Nacht plaats. Naar aanleiding van dit moment publiceerden we drie verhalen rondom lichtvervuiling. De verhalen zijn gebundeld in een speciale uitzending die in dit artikel teruggevonden kan worden.
Ieder jaar komt er meer verlichting bij. Steeds meer straten, gevels, en gebieden worden verlicht. In de naam van veiligheid en economische groei wordt de duisternis steeds verder verdreven. Hoewel het voor sommigen een positieve ontwikkeling lijkt, zijn er andere groepen die uit juist onder te lijden hebben.
Trekvogels die op weg zijn naar hun overwinteringsgebied gebruiken verschillende manier om de weg naar hun eindbestemming te vinden. Een belangrijke methode is het volgen van de sterren aan de hemel.
Door het kunstmatige licht dat mensen op aarde tijdens de nacht produceren kunnen de vogels echter van de route afraken. “Als ze verdwaald raken dan verzwakken ze meestal ook wel”, vertelt Hans-Peter Uebelgünn, voorzitter van vogelwerkgroep ’t Hökske. “Het kost heel veel energie en dus moeten ze eigenlijk wel wat meer gaan eten overdag om weer op de route te komen.”
Langs de Horsterweg staan verschillende experimentele lantaarnpalen. Ze zijn ontworpen met de natuur in het achterhoofd. Zo draaien ze op 10% lichtsterkte, totdat er een fietser voorbijkomt, dan springen ze op 100%. Het amberkleurige licht zou bovendien minder storend moeten zijn voor vleermuizen.
Toch is er een andere doelgroep die ook vaak vergeten wordt bij het ontwerpen van straatverlichting. “Stads- en dorpsinrichting is van oudsher nooit door vrouwen bedacht,” vertelt filosoof Lotte Spreeuwenberg, “en dus is er ook weinig rekening gehouden met die ervaring.”
Spreeuwenberg haalt een aantal specifieke voorbeelden aan in het artikel over vrouwveiligheid en straatverlichting, waarna ze concludeert dat vrouwveiligheid verder gaat dan alleen straatverlichting. “Veiligheid ligt aan wat we er allemaal samen mee doen, een soort maatschappelijke investering. Er worden niet minder vrouwen verkracht of vermoord als er meer lantaarnpalen zijn. Dat kun je niet zo aan elkaar gelijk stellen. Het meeste geweld tegen vrouwen vindt plaats achter de voordeur, door bekenden, door familie.”
De toename aan nachtelijke verlichting kent vele vaders. In Horst aan de Maas komt het meeste licht van Trade Port en tuinbouwkassen. Voor tuinders is het bijlichten van gewassen essentieel om een rendabel bedrijf te kunnen runnen. “Het jaar rond vraagt de consument rozen,” vertelt rozenkweker Paul van der Hulst, “in het voorjaar en met de feestdagen moet je er zijn met een hoge productie.”
Zonder het bijlichten tijdens de nacht is het onmogelijk om aan die vraag te kunnen voorzien. “Nee, dat denk ik niet. Je verdwijnt dan eigenlijk. Je zou dan vier maanden in het jaar niet op de markt zijn.”
Wegens de regelgeving en met het oog op efficiëntie, heeft de rozenkweker verduisteringsdoeken geïnstalleerd. “In principe hebben wij 95% reductie van het licht naar buiten toe,” geeft hij aan. “Je wil het ook niet verliezen,” gaat hij verder. “Nu blijft het zeg maar circulair en anders ben je gewoon 15% van je lichtopbrengst sowieso kwijt. Dat gaat gewoon de hemel in, daar heeft niemand wat aan.”
Die conclusie delen alle betrokkenen rondom het thema lichtvervuiling. Niemand heeft wat aan licht dat de hemel in gaat. Toch blijft er ieder jaar steeds meer verlichting bij komen, ondanks de verduisteringsdoeken en slimme straatlantaarns.
Ooit konden we meer dan 6000 sterren aan de hemel waarnemen. Tegenwoordig is dat op sommige plekken nog maar 200. Zo een grote afname schept de vraag: hoeveel sterren kunnen toekomstige generaties dadelijk nog zien.