Met zijn 24 jaar wordt Ted Verbers vanaf september de nieuwe kastelein van dorpscafé Café Kleuskens in Meterik. Hij neemt de zaak over van Ger en Irene Kleuskens, die met pensioen gaan, en wil het café behouden als dorpshart voor jong en oud. “Tot het moment dat je zegt: ik ga het doen, ben je goed aan het nadenken. Maar dan moet je het gewoon doen,” aldus Verbers.
Zijn horeca-ervaring begon enkele kilometers verderop, bij café Boëms Jeu in America waar zijn moeder Stephanie van der Pal uitbater is. Daar hielp Verbers in weekenden en tijdens feesten, waardoor hij al vroeg vertrouwd raakte met het reilen en zeilen van een café. “Langzamerhand ga je steeds meer meehelpen en merk je hoe mooi zo’n dorpscafé is. Dan begint het toch een klein beetje te jeuken: een eigen café,” vertelt hij.
Toen duidelijk werd dat Ger en Irene Kleuskens het café op termijn wilden overdragen, begon Verbers serieus na te denken over een overstap. Aanvankelijk gebeurde dat nog op een luchtige manier, maar geleidelijk groeide de interesse. Uiteindelijk stapte hij zelf op de eigenaren af en kwam tot een overeenkomst. “Je kunt er niet stommer van worden en alleen maar wat van leren. Eigenlijk was ik na dat eerste gesprek al overtuigd,” aldus Verbers. Ger Kleuskens zegt: "Het is een hele opluchting dat het café blijft bestaan."
Een plek voor jong en oud
Verbers wil het karakter van het café behouden, dat bekendstaat als een bruine kroeg waar verenigingen en dorpsbewoners samenkomen. Tegelijkertijd ziet hij kansen voor vernieuwing. “We willen het café voortzetten zoals het nu is, maar ook extra evenementen en activiteiten voor bijvoorbeeld jongeren organiseren,” zegt hij. “Het is het huis van iedereen. Jong, oud, welke vereniging dan ook. Dat vind ik het fantastische aan zo’n café.”
Tekst gaat verder onder de video
Ger en Irene Kleuskens geven aan dat ze blij zijn dat het café in vertrouwde handen blijft. Ze blijven in de buurt en zullen het café nog af en toe bezoeken, maar dragen de dagelijkse leiding volledig over. Voor hen is het belangrijk dat de verenigingen hun plek behouden en dat het dorpsleven intact blijft.
Een persoonlijke benadering
Verbers heeft er zin in: “Het werk is in wezen hetzelfde: achter de bar staan, gasten bedienen, zorgen dat mensen zich welkom voelen. Maar de mensen zijn totaal anders,” zegt hij. “In de horeca heb je geen klanten, maar gasten. Mensen die je leert kennen, sommige misschien vrienden. Dat persoonlijke contact, dat maakt het bijzonder.”
Verbers ziet zijn overstap als een belangrijke kans in zijn leven. De steun van zijn moeder speelde daarbij een grote rol. “Ze zei: zo’n kans moet je gewoon pakken, zeker op jouw leeftijd.” vertelt hij. Bij Boëms Jeu zal de helpende hand van Ted wel gemist worden, maar ondanks dat is zijn moeder heel trots op haar zoon.